Erkenningscriteria voor opleiders Relatie- en gezinstherapie

De Raad van Bestuur van de BVRGS besliste op de bestuursvergadering van 2 juni 2015 de onderstaande criteria voor de erkenning van opleiders en opleiders in opleiding

1. Opleiding tot opleider binnen een BVRGS erkend opleidingsinstituut.

  • Uitnodiging van een door de BVRGS erkende opleiding om als kandidaat-opleider aan een opleidingstraject te beginnen. Deze selectie door de hoofdopleider van een door de BVRGS erkende opleiding, gebeurt op basis van therapeutische, wetenschappelijke, communicatieve en opleidingskwaliteiten.
  • BVRGS wordt op de hoogte gebracht door de verantwoordelijke voor de opleiding RGT/S dat de betreffende kandidaat-opleider aan zijn/haar traject begint.
  • Algemene voorwaarden om als kandidaat-opleider te kunnen beginnen zijn:

-   Beschikken over een basisdiploma dat voldoet aan de huidige BVRGS toelatingscriteria als psychotherapeut (op moment van de start van de opleiding)
-   Een vierjarige opleiding in de partnerrelatie-, gezins- en systeempsychotherapie en toegelaten zijn als psychotherapeut door BVRGS.
-   Vooraf klinische ervaring van minstens 4 jaar als erkend BVRGS partnerrelatie, gezins- en systeempsychotherapeut
-   Een lopende klinische praktijk als relatie- of gezinstherapeut hebben gedurende het hele traject als kandidaat-opleider.
-   Vooraf klinische ervaring van 8 jaar (minimum ½ time) binnen GGZ.
-   Ethische code van de opleiders onderschrijven en toepassen.
-   Indienen van een jaarlijks portfolio vanuit het opleidingsinstituut waarin de vorderingen van de kandidaat-opleider in zijn/haar opleidingstraject kan opgevolgd worden vanuit BVRGS.

2. De kandidaat opleider kan als opleider erkend worden als via de portfolio is aangetoond dat:

  • Hij /zij is minstens 4 jaar verbonden aan een door de BVRGS erkende opleiding RGT/S.
  • Hij/zij minimaal 4 jaar lid is van de BVRGS op het ogenblik van de aanvraag tot erkenning. Van zodra een opleider geen lid is van de BVRGS, verliest zij/hij tevens zijn erkenning als opleider.
  • Hij /zij heeft minstens 300 uren ervaring als opleider, waarvan minstens 30% als co-opleider en minstens 50% als enige opleider onder supervisie van een erkend opleider.
  • Hij/ zij heeft daarbij alle inhoudelijke aspecten van een opleiding doorlopen:

1.     planning opleidingsdagen (conceptualisering, opbouw, …),
2.     cursus geven,
3.     experiëntiële oefeningen begeleiden,
4.     supervisie geven,
5.     groepsdynamisch werk met opleidingsgroep,
6.     leertherapeutisch proces begeleiden.

  • Hij/zij heeft gedurende zijn/haar opleiding als opleider jaarlijks minstens 1x per jaar deelgenomen aan opleidingsdagen en wetenschappelijke dagen van BVRGS.
  • Hij/zij heeft zich inhoudelijk-wetenschappelijk geprofileerd met minstens 3 artikels en/of nationale of internationale voordrachten/workshops in laatste 5 jaar.

 3. De erkenning geldt voor 8 jaar.
Na acht jaar dient de opleider opnieuw een portfolio in waarin hij/zij aantoont dat hij/zij als opleider (binnen een door BVRGS erkend opleidingsinstituut) en klinisch actief blijft binnen het veld van de relatie- of gezinstherapie.

Bijkomende suggesties:

Kandidaat opleiders aanmoedigen om opleidingen en opleidingsdagen te volgen in aanvulling op hun lopende opleidingstraject als opleider.
Kandidaat opleiders aanmoedigen om opleidingsdagen te geven in andere opleidingsinstituten.
Een traject waarbij alle kandidaat-opleiders samen seminaries volgen, dan eens in het ene instituut, dan in het andere.
Een commissie van opleiders (2 of 3 van verschillende instituten) die jaarlijks de vorderingen van de kandidaat opleidelingen volgen (de portfolio’s lezen) en een korte evaluatie geven over de vorderingen van de kandidaat ifv de criteria (o.a. de 6 inhoudelijke punten).

Overgangsmaatregelen voor erkenning tot opleider.

Op basis van een portofolio kunnen kandidaat opleiders, die met hun opleiding zijn gestart voor september 2014 en die ten laatste in juli 2014 nominatief zijn voorgedragen door hun opleidingsinstituut aan de BVRGS uitzonderlijk erkend worden door de commissie van opleiders tot 2017.